Er zijn harde getallen. De bekabelingsnorm TIA-568 schrijft voor dat een horizontale kabel niet meer dan 9,38 ohm gelijkstroomweerstand per honderd meter mag hebben. Een meting met een gecertificeerde kabeltester op een traject van negentig meter CCA gaf 31,08 ohm, terwijl de grens voor dat traject op 21,00 ohm lag. Bijna de helft eroverheen, en dezelfde kabel zakte ook op de metingen voor overspraak en signaalverlies.
Twee kabelfabrikanten zeggen het onafhankelijk van elkaar: CCA heeft ongeveer 55 procent meer gelijkstroomweerstand dan koper, wat leidt tot meer opwarming en minder vermogen bij het apparaat aan het eind. En volgens diezelfde fabrikanten voldoet CCA niet aan de normen UL 444 en TIA-568, die massief of gevlochten koper voorschrijven.
Wat je ervan merkt: een camera die het overdag prima doet en 's avonds spontaan opnieuw opstart, precies wanneer de verlichting aangaat en het verbruik piekt. Dat is een storing waar mensen maanden mee rondlopen, en die niet aan de camera ligt. Meer over dat verbruik staat op de pagina over de netwerkrecorder.
Nog een reden om niet te bezuinigen op de mantel: warmte in een bundel. De richtlijn TSB-184-A houdt een maximale temperatuurstijging van vijftien graden aan, uitgaande van een omgeving van 45 graden en kabel die tot zestig graden gaat. De vuistregel die daaruit volgt is 24 kabels per bundel bij aders van 24 AWG of dikker. Leg je in een warme technische ruimte dikke bundels dunne kabel, dan haal je die marge niet.