De vraag die wij bij een schouw stellen is achterstevoren: stel dat het gebeurt, wat moet je dan kunnen laten zien. Een tijdstip, een looprichting, een gezicht, een kenteken. Uit dat antwoord volgt waar de camera hangt, hoe hoog en hoe breed hij kijkt. Andersom werken, eerst een camera kiezen en dan kijken wat hij ziet, levert bijna altijd beeld op waar de politie niets mee kan.
Bij vernieling en brandstichting telt daarbij de aanloop. Iemand die iets aansteekt, loopt er eerst een keer langs. Een camera die alleen de container zelf ziet, mist dat; een camera die de route ernaartoe ziet, heeft het al vastgelegd.
In de oude stad kijken we bovendien naar de gevel zelf. Voor 1945 gebouwd, en dat is hier bijna een op de vijf woningen, betekent dikke muren en soms een pand waar niet zomaar in geboord mag worden. Dan zoeken we een route via een kozijn, een bestaande doorvoer of de dakrand.
Aan het eind van de dag leggen we vast hoe je een fragment exporteert. Dat is het enige dat telt op het moment dat je het nodig hebt, en het is het onderdeel dat het vaakst wordt overgeslagen.