Bewoners van Park Harga trokken in februari 2024 aan de bel over illegaal gestort afval en containers die steeds vol stonden. Anderhalf jaar later ging het over Schiedam-West, waar bewoners en een raadsfractie zich openlijk ergerden aan de rommel op straat. En uit onderzoek dat in augustus 2025 werd gepubliceerd bleek dat meer Schiedammers hun buurt achteruit hebben zien gaan dan vooruit.
Dat is geen inbraakverhaal. Toch is het bij ons vaak de aanleiding waarmee een vereniging van eigenaars of een corporatie belt. Zodra een containerplek een stortplek wordt, wordt het ook een plek waar mensen blijven hangen. En dan volgt binnen een paar maanden het tweede gesprek, over de bergingen en de fietsenstalling. In een stad waar 26.310 woningen gestapeld zijn, ligt zo'n containerplek per definitie op grond die van iedereen samen is.
Wat een camera daar oplevert is zelden een boete. Het is een antwoord op de vraag die op elke vergadering terugkomt: komt die rommel van binnen het complex of van buitenaf. Dat verschil bepaalt of je een bordje ophangt of een slot op de poort laat zetten. Wij hangen die camera daarom laag genoeg om gezichten te pakken en leggen de detectiezone strak om het containerbordes heen, zodat de stoep erachter geen enkele melding meer geeft.
Er speelt meer. Een dansstudio bij een sportpark meldde in juli 2026 dat ze al drie jaar last heeft van jongeren die er blijven rondhangen. Over 2025 registreerde de politie in Schiedam 4.745 misdrijven, 57,7 per duizend inwoners. Daarvan gingen er 2.045 over diefstal en inbraak. Bij 1.975 daarvan kwam geen geweld kijken; bij 75 wel. Verder 450 vernielingen, waaronder 215 aan auto's, en 40 gevallen van brandstichting.