Tel de bouwjaarklassen bij elkaar op en je komt op 19.410 woningen uit de periode 1945 tot 1980, op een totaal van 37.117. De grootste klasse alleen al, 7.295 woningen, dateert uit 1945 tot 1960. Vlaardingen is geen oude stad en geen nieuwe stad; het is een wederopbouwstad, en dat bepaalt het werk hier meer dan wat ook.
Wat betekent dat praktisch? Portiekflats van vier hoog zonder lift, met een bergingsgang in het souterrain en kelderboxen achter één deur. Galerijflats waar de galerij openbaar aanvoelt maar het niet is. Rijtjes met een achterom dat over het terrein van de buurman loopt. En overal: parkeerkoffers en achterpaden die vanaf de straat niet te zien zijn, omdat men er in de jaren vijftig van uitging dat auto's geen probleem waren.
Ze zijn dat inmiddels wel. Vlaardingen telt gemiddeld 0,9 auto per huishouden, in de Vettenoordse Polder zelfs 1,1. De politie registreerde over 2025 370 vernielingen in de gemeente, waarvan 160 aan auto's. Dat is 2,1 per duizend inwoners, en het is precies het soort schade dat je zonder beeld nooit rond krijgt bij de verzekering.
De rest van het beeld is minder somber dan mensen aannemen. Diefstal en inbraak kwamen in 2025 1.445 keer voor, 18,7 per duizend inwoners. Dat ligt onder wat je in de grote buursteden ziet. Het aantal ligt laag; de hardnekkigheid zit hem in wat er wél gebeurt, en waar.