Afgelopen zomer werd in een portiekflat op Rotterdam-Zuid een woning overvallen. Bewoners werden bedreigd, drie verdachten verdwenen weer naar buiten. Een paar weken later, in augustus, werd in een kledingzaak op Zuid met een mes gedreigd. Twee heel verschillende zaken, met hetzelfde patroon: iemand kwam ergens binnen waar hij niet hoorde, en de vraag achteraf was of iemand het had vastgelegd.
In een gestapeld gebouw zit de zwakke plek zelden bij de voordeur van het appartement zelf. Die zit bij de centrale entree, waar de deur nog een paar tellen open blijft staan nadat iemand naar binnen is. Wie meeloopt, staat binnen zonder ooit een slot te hoeven forceren. Alles wat daarna gebeurt speelt zich af in een gang waar meestal geen camera hangt.
Over 2025 registreerde de politie in de gemeente Rotterdam 23.460 gevallen van diefstal en inbraak, oftewel 34,9 per duizend inwoners. Het totaal aan geregistreerde misdrijven kwam uit op 80,1 per duizend. Daarnaast 1.800 vernielingen aan auto's en 400 gevallen van brandstichting.
We zetten die getallen er niet neer om indruk te maken. Ze zeggen vooral iets over waar je het geld het beste in stopt: niet in zes camera's rond een appartement, maar in twee die de plek pakken waar iedereen langs moet.