In februari 2026 schreef de PZC over een Terneuzense voetbalvereniging waar het alarm afging tijdens een inbraak. De dieven vertrokken zonder buit. Wat achterbleef was schade aan het gebouw, en verder niets: geen signalement, geen richting waarin ze verdwenen.
Dat is het verschil dat we bij bedrijven en verenigingen het vaakst moeten uitleggen. Een alarm maakt een eind aan het incident, een camera vertelt je wie er stond en hoe laat. Twee verschillende dingen, en ze bijten elkaar niet.
Een maand eerder ging het in het centrum mis bij een juwelier: iemand sprong over de toonbank en bedreigde een medewerker met twee schroevendraaiers. De politie kon daarna beelden naar buiten brengen die scherp genoeg waren om iemand op te herkennen. In juni volgde een gewapende overval op een tankstation; binnen enkele dagen zat er een verdachte vast.
De teller over 2025 voor de hele gemeente: 570 keer diefstal en inbraak, 10,3 per duizend inwoners, plus 220 vernielingen waarvan 100 aan auto's. HVZeeland meldde in juni 2026 dat bijna tachtig procent van de inbraakpogingen in Zeeland slaagt. Dat zegt vooral iets over hoe weinig weerstand de gemiddelde deur biedt.
Terneuzen is geen onveilige gemeente en we schrijven dit niet op om je bang te maken. Maar met 5.650 bedrijfsvestigingen, waarvan een flink deel op een terrein met hekwerk en buitenopslag, is de vraag zelden of er ooit iemand komt kijken. De vraag is of je het terug kunt zien.