Wie in Venlo een hal huurt of bezit, heeft meestal één camera op de hoek van het dak hangen. Die ziet het hele terrein en herkent niemand. Het beeld is breed, de afstand is groot, en op de plek waar het gebeurt vallen te weinig beeldpunten. Dat is de duurste fout in dit vak, en hij wordt hier vaker gemaakt dan elders omdat de terreinen groot zijn.
Reken daarom vooraf met beeldpunten per meter, gemeten op de plaats waar het gebeurt. Onder de 125 beeldpunten per meter houd je een gestalte over: je ziet dát er iemand liep. Voor een gezicht of een kenteken waarmee je iemand kunt aanwijzen, moet je richting 250. Op een terrein van tachtig meter diep haal je dat nooit met een camera op het dak; wel met een camera bij de slagboom, laag, en met de lens in de rijrichting.
De laadkuil is de plek die bijna altijd wordt overgeslagen. Een vrachtwagen die achteruit tegen het dock staat, maakt een afgesloten ruimte van een paar meter breed waar geen enkele camera van bovenaf in kan kijken. Wat daar gebeurt, gebeurt uit het zicht. Een kleine camera op de kolom naast het dock, gericht op het gangpad, kost weinig en vult precies dat gat.
En dan de dingen die geen inbraak heten maar dat wel zijn. In het voorjaar van 2026 werd bij een bedrijf in Oostrum ingebroken; medewerkers ontdekten het en sloegen alarm, vijf mensen werden aangehouden. Bij een motorcrossclub in Blerick werd voor duizenden euro’s schade aangericht. En toen de bovenleiding van de Maaslijn vernieuwd werd, zette de beheerder er meteen spanning op om koperdiefstal voor te zijn. Metaal, gereedschap en lading: dat is waar het hier over gaat.