In het voorjaar en de zomer van 2025 werden in drie Roermondse parkeergarages tientallen auto’s opengebroken. Ruiten ingeslagen, tassen en laptops weg, ook uit auto’s waar de spullen verstopt lagen. Bewoners van een garage eisten dat hun verhuurder iets zou doen. Begin 2026 kwam Roermond in de regionale cijfers naar voren als de Limburgse gemeente met de grootste kans op auto-inbraak.
Dat is geen toeval en het zegt weinig over de mensen die hier wonen. Een stad die dagelijks bezoekers uit het hele land en uit Duitsland en België ontvangt, heeft op elk moment een paar duizend geparkeerde auto’s staan van mensen die er niet bij zijn. In de gemeentecijfers over 2025 staan 1.800 gevallen van diefstal en inbraak zonder geweld en 200 vernielingen aan auto’s.
Wat wij in garages tegenkomen is bijna altijd hetzelfde: één camera per verdieping, hoog in een hoek, die “alles overziet”. Op zo’n beeld zie je iemand tussen twee auto’s bukken en verder niets. De opstelling die wél werkt begint bij de in- en uitrit, op ongeveer een meter twintig, met de lens in de rijrichting zodat je het kenteken leest van alles wat naar binnen gaat. Daarna pas de rijbanen, en dan liefst met camera’s die het gangpad in de lengte pakken in plaats van dwars.
Voor een vereniging van eigenaars komt daar een beheervraag bij die vaak zwaarder weegt dan de techniek: wie mag er kijken, wanneer, en wie geeft beeld af aan de politie. Dat leggen wij vooraf vast in een korte notitie, want een systeem waar iedereen bij kan is binnen een jaar een systeem waar niemand meer verantwoordelijk voor is.