Diemen vierde dit voorjaar zijn achthonderdjarig bestaan. Van al die eeuwen staat er weinig meer: 395 woningen dateren van vóór 1945. Dat is de oude dorpskern, en daar houdt het op. In de jaren sinds 2010 kwamen er 4.280 woningen bij, ruim een kwart van de hele voorraad. Er is geen andere plaats in ons werkgebied waar die twee getallen zo ver uit elkaar liggen.
Dat maakt het werk hier anders dan je van een gestapelde gemeente zou verwachten. Van de 16.328 woningen zijn er 10.569 meergezins, gemiddeld 72 vierkante meter. Maar het merendeel daarvan is geen oud portiek met een houten kozijn; het zijn complexen van na 2010 met een lift, een meterruimte per blok, een intercom bij de entree en netwerkleiding die er al ligt. Boren en hakken is daar zelden het probleem. Afstemmen wel.
Vrijstaand wonen doen er in de hele gemeente 151 huishoudens, precies één procent. De rest van de laagbouw is rijtjes: 4.020 tussenwoningen en 1.413 hoekwoningen, grotendeels uit de jaren zeventig en tachtig. Daar zit dus wel een achterpad, wel een berging en wel een tuindeur. Twee keer Diemen, op nog geen twaalf vierkante kilometer.
En zes op de tien woningen zijn huur, in de nieuwste wijk zelfs ruim acht op de tien. Er staan hier studentencomplexen, er wonen veel starters, en een deel van de bewoners is over twee jaar weer weg. Dat verandert de vraag: niet alleen wat er hangt, maar wie er dan nog over gaat.