Een ondernemer op de Markt zag zijn zaak vernield worden, had het op beeld staan en zette dat beeld online. De krant legde de vraag vervolgens aan haar lezers voor: terecht of niet? Dat is een discussie die wij hier vaker meemaken dan in andere steden, en het antwoord is minder vrijblijvend dan het lijkt.
Opnames maken van je eigen pand en je eigen ingang mag. Ze publiceren is iets anders. Zodra iemand herkenbaar in beeld staat, verspreid je persoonsgegevens, en dat is aan de politie of aan de rechter en niet aan jou. Wat wél verstandig is: het fragment veiligstellen, de tijd en datum controleren en het bij je aangifte meegeven. Dan ligt het op de juiste plek en houd je jezelf uit de problemen.
Dat Gouwenaars hier verdeeld over zijn, is trouwens niet nieuw. Toen er in 2022 in een Goudse buurt herhaaldelijk auto's uitbrandden, wilden de bewoners nadrukkelijk geen camera's in de straat. Ze wilden zich vrij voelen, niet bekeken. Dat is een respectabele afweging, en om die reden komen wij niet aanzetten met een camera die de hele straat overziet als een toestel op je eigen gevel het werk ook doet.
De cijfers eronder zijn intussen deze. De politiecijfers van 2025 tellen voor Gouda 1.630 aangiftes van diefstal en inbraak, wat neerkomt op 21,3 per duizend inwoners. Volgens de lokale telling in januari 2026 ging het daarbij om 129 woninginbraken; in april 2026 meldde het Gouds Dagblad dat dat aantal met drie procent was gedaald. Er staan verder 330 vernielingen in de statistiek, waarvan er 115 een auto betroffen.
In de nieuwjaarsnacht van 2026 liep het één keer heel slecht af: bij een gewelddadige woningoverval raakte een hoogbejaarde bewoonster gewond. De zaak kwam in februari in een opsporingsprogramma. Wij schrijven daar verder niets herleidbaars over. Wel dit: bij dat soort feiten is beeld van de aanloop, van de straatkant en van de tijd ervóór vaak waardevoller dan beeld van het moment zelf.